What could possibly go wrong?

Ok, ik schrok achteraf best een beetje van mijn opmerking dat ik de kast wilde restaureren. Immers, ik heb het ook zonder deze nieuwe hobby al belachelijk druk, en het is nou niet dat ik met alle disciplines die ik verwacht tegen te komen veel ervaring heb…

Even kijken: mechanica.. mwa, affiniteit, dat wel. Houtbewerking… Snap ik. Nineties electronica en computer hardware: check! Software: check! Verf spuiten: nope.

En dan: hoe zit het met de verkrijgbaarheid van onderdelen? Hoe pak ik de beschadigde graphics van de kast en het speelveld aan? Om van de schade aan de kast zelf en de lightbox nog maar te zwijgen. En hoe krijg ik de mechanische onderdelen weer soepel? En zijn die niet versleten?

Maar goed, ik ben gruwelijk leergierig, heb veel geduld met dit soort klusjes en schuw monnikenwerk niet, wordt niet agressief als iets niet goed gaat, kan als ik daar zin in heb behoorlijk precies werken, heb doorgaans meer zelfvertrouwen dan goed voor me is, en lijd aan chronische onderschatting van mogelijke problemen.

Maar hey, het zijn ook eigenschappen die me hebben geholpen in het leven. Dus…. What could possibly go wrong?

Doe het niet!

Eigenlijk was het helemaal niet de bedoeling om mijn Street Fighter II te restaureren. Ik wilde er gewoon een hebben. Gewoon om lekker mee te spelen.

Toen ik aan Diana – mijn altijd meestal best vaak vrolijke en prettig gestoorde levensgezellin – vertelde over mijn voornemen om er een aan te schaffen, verwachtte ik een mildzure kanonnade over mijn toch al overvolle werkkamer, ditto agenda en chronisch gebrek aan tijd.

En terwijl ik mijn bring-it-on houding aannam kwam ie hoor, die kanonnade. Maar toch, haar lichaamstaal verraadde dat ze tussen de pruttelende tegen-argumenten eigenlijk geen “NEE!” maar eerder “WANNEER?” zei. En zo vond ik een paar weken later een exemplaar “in goede staat” op Marktplaats.

De verkoper vermeldde me eerlijk de gebreken die hij kende van het apparaat. De rotating flipper – een feature van deze kast – deed het niet, en twee lijntjes in het matrix display deden het niet. Dat was het. Zo zei hij.

uh..hu.. Yeah right…

Eenmaal thuis gekomen kon ik niet wachten om hem aan te zetten en te spelen. Het was een lange rit van Arnhem terug naar Voorne-Putten en dus stonden we om 01:00 uur in de ochtend ruzie te maken wie er hierna aan de beurt was.

Ondertussen zag ik dat er stiekem heel wat meer mis was dan de verkoper mij had verteld. Zeker, de rotating flipper deed het niet. En de lijntjes van de display waren ook echt stuk. Maar ook was de kast behoorlijk beschadigd, vol met butsen, krassen, gechipt hout, gecorrodeerde side-rails en één of andere randdebiel had de geniale ingeving gehad om zichzelf onsterfelijk te maken door zijn naam in het dot matrix display te krassen. Leuk man!
Daarnaast kon een slechtziende nog zien dat meer dan de helft van de lampjes het niet deden, de linker flipper zo goed als lam was, de rechter bumper het niet deed, en nogal wat targets geen punten telden. Bovendien klonk het geluid sterk vervormd. Deze machine was mishandeld en ernstig verwaarloosd! En dat bleek helaas nog maar het begin…

Wie de film Chappie gezien heeft (met de knettergekke Zuid-Afrikaanse band Die Antwoord) herkent het: je kunt empathie ontwikkelen voor een machine. Zo ook in mijn geval. Ik vond het gewoon ‘zielig’ dat die arme kast zo verwaarloosd was. Dit had hij (of is ‘t een zij?) niet verdiend. En na twee uur gespeeld te hebben wist ik het zeker: ik zou hem/haar weer in oude glorie terugbrengen. Of nee… beter zelfs. Als nieuw. Béter dan nieuw!

Enthousiast bracht ik het nieuws: ‘ehh jongens geniet er nog maar even van.. want vanaf morgen ga ik ‘m restaureren… ‘ . De reactie van zowel Diana als zoonlief Didou was er een van herkenning. ‘Ja hoor, het is weer zo ver…. hoe kun je dat nou doen, je hebt zoiets nog nooit gedaan!” Maar op zo’n vraag kennen zij mijn antwoord al: ‘Klopt, ik heb het nog nooit gedaan. Dus ik denk dat ik het wel kan!’ Mijn levensmotto – geleend van Pippie Langkous.

Inmiddels zijn we drie maanden verder, en ondertussen is er al veel gedaan. Maar moet er ook nog veel gebeuren. Maar het resultaat is er naar. Alles wat onder handen is geweest is inmiddels in nieuwstaat. Ik zal nu niets verklappen, maar lees en kijk in de komende artikelen hoe ik mijn Street Fighter II van Crap naar Chap transformeer! En ik beloof je: ik heb het me niet te makkelijk gemaakt.

Ik beschouw dit project als therapeutische ontwenning van mijn dagelijkse obsessie: mijn werk als ondernemer en software ontwikkelaar. Mij geeft het veel voldoening en plezier.

Maar vóórdat je denkt: goh wat leuk, dat wil ik ook: Begin er alleen aan als je een grenzeloze dosis geduld, discipline en volharding hebt, als je een rasoptimist bent, van zelfs de grootste tegenvallers niet gefrustreerd raakt, nauwkeurig kan werken, niet te beroerd bent om iets helemaal opnieuw te doen omdat de eerste én tweede poging niet goed genoeg waren, aardig wat geld wilt stukslaan én als je beschikt over al het benodigde gereedschap, ruimte, gevoel voor mechanica, electronica en houtbewerking. Zeëen van tijd, licht authisme of andere vorm van stoïcijnse volharding is een absolute plus. Twijfel je over ook maar één van deze zaken: Doe het niet!